logonaam

Verleden tot heden

Ik ben in 1950 in de van Wuijckhuisepolder geboren en weet van de periode daarvoor dus alleen maar van horen zeggen.
indijking
De van Wuijckhuisepolder is in 1911 ingedijkt en tijdens het indijken is de zeedijk ter hoogte van “de Nol” doorgebroken. Hierdoor schijnt  “de Nol”  en het “Krik-krakje” te zijn ontstaan.
Als postadres hadden de bewoners van de van Wuijckhuisepolder de letter G gevolgd door het huisnummer. In de jaren zeventig na de gemeentelijke herindeling kregen alle wegen een straatnaam.

Bebouwing en bewoners

In 1912 werd de eerste boerderij en de schaapskooi (de zwarte schuur bij Langweg 1) gebouwd door schaapherder van Hecke. Later is bij de schaapskooi een huisschaapskooi gebouwd door Volkaert (Ko de schaper) en is de boerderij verkocht aan Hendrik (Eintje) Wolfert. 
Kort daarna (1914) werd de boerderij aan de Seydlitzweg 1 gebouwd door Ko Verhelst. Deze boerderij is altijd in de familie gebleven.
De meeste boerderijen en bedrijfjes zijn in de jaren twintig en dertig gebouwd. Aan de polderweg (de  Langeweg) werd in 1935 het huis met schuur van mijn ouders gebouwd. Veel boerderijen hebben in de loop der tijden andere bewoners gekregen.
In de jaren vijftig/zestig woonden aan de Langeweg ; Ko Dey, Kees de Putter, Kees Verhelst, Siem van Hoeve, Frans Dekker, Maarten van Driel, Jacob Roose, Jozef v.d.Vijver (vanaf 1960), Kees Drabbe, Arjaan Pladdet, Imam de Zwart,van Tatenhoven en de fam. Hamelink.
In de (Seydlitzweg) woonden Piet Vermue (vanaf 1957), Piet Verhelst (Rinus Wolfert vanaf 1973), Bram de Jonge en Jan Verhelst.
In de van Wuijckhuiseweg woonden; Toon Guiljam (vanaf 1961), Piet Verhelst , Piet Kalden (vanaf 1962), Jan Wolfert en Eintje Wolfert. In 1965 kwam Frans Dieleman en in 1970 kwam Henk van Doesselaar naar de polder en bouwden nieuw.
In de jaren negentig moesten er veel mensen weg voor de DOW veiligheidszone, een aantal kregen een perceel met bouwvergunning o.a. aan de Langeweg. In die tijd is er veel gebouwd en verbouwd, waardoor de aanblik van de polder veel veranderd is.

De stoomtram

Begin 1918 werd er een tramrails voor een stoomtram door de polder aangelegd tussen Terneuzen, Hoek, Philippine en West Zeeuws-Vlaanderen. Deze lag op een dijk achter het Mauritsfort, langs de boederij waar toen Siem van Hoeve woonde en door de Vergaertpolder Aan de kant van het Mauritsfort is dit nog te zien aan het stukje dijk tussen “de Nol”  en het “Krik-krakje” en aan de andere kant aan het gat in de dijk. De sloot (leiding) die langs de tramrails lag, ligt er nog steeds. In de oorlog is de trambrug ter hoogte van het Schuttershof in Terneuzen gebombardeerd en nooit meer opgebouwd. Na de oorlog,in 1948, is de dijk van de tramrails voor het grootste deel afgegraven.

Modernisering en mechanisering

Tot 1950 werd alles (behalve de stoomtram die maar tot 1948 reed) met paarden gedaan, was er geen leiding water en geen elektriciteit. Na 1950 kwam de mechanisering op gang en kwamen de eerste tracktoren. Dit waren meestal Fergusons en Fords en die draaiden op  petrolie nadat ze op benzine gestart waren. combine
Dries Deij,de vader van Ko en Wim, had toen al een dorsmachine en een stro-pers, die aangedreven werd met een grote platte riem vanaf een Massey Harris tractor. In 1956 kwam de grote verandering en kocht hij zijn eerste combine, een Massey Harris van 8 voet (2,4 meter) breed.
Daarna gingen de veranderingen snel, de diesels kwamen en de machines werden steeds groter. In 1953 werd de polder aangesloten op het waterleidingnet en in 1957 kregen we elektriciteit. De weg onder de Braakmandijk was van “kinderkopjes”, en de weg door de polder was een karrespoor dat verhard was met slakken. In 1958 werd deze weg geasfalteerd. In 1963 is het kanaal van Gent naar Terneuzen verbreed en werd het zand naar de Braakman gepompt. Hiervoor werd er bij “de Nol” een grote pomp, aangedreven door een scheepsdiesel (met een gezamenlijk gewicht van 45 ton) geplaatst en liep er een pijpleiding door de polder. Later werden de korte bochten uit de van Wuijckhuiseweg gehaald, werd hij verbreed en geasfalteerd ongeveer 1969.

De winter van 1963/1964

Deze winter was streng en lang, met veel sneeuw die tegen de dijken opwaaide, waardoor er een meters dikke laag sneeuw op de weg kwam te liggen. In die tijd kwam er 3 keer per week een bakker en 1 keer per week een kruidenier langs in de polder, maar door de vele sneeuw was dit niet meer mogelijk. Regelmatig werd er met de hele buurt gezamenlijk een pad gegraven door de sneeuw om dan te voet boodschappen te gaan halen op Hoek, soms dwars door de wei, over de Nol, over de wallen van Mauritsfort.

Zweefvliegen

Het was voorjaar 1971 toen er in een weekend  een lier en enkele  zweefvliegtuigjes in de wei naast Piet Vermue gezet werden. Na enkele uren werd er een vliegtuigje  opgetrokken om na enkele pietbochten gemaakt te hebben weer te landde. Als het weer het toeliet werd er elk weekend gevlogen en werd het steeds drukker met toeschouwers. Ik wou het ook weleens van dichtbij bekijken en ging met m’n zus en zwager eens kijken.
Toen er gevraagd werd of er iemand mee wilde vliegen voor Fl 2,50 melde ik me aan. Het was een beleving om de polder, waar ik was opgegroeid, van boven te zien. Na deze vlucht was ik verkocht, werd lid en er volgden nog 110 vluchten, waarvan zo’n 80 in een eenzitter, voor mij, boven de polder.

 

 

Slot

In de loop der jaren is er natuurlijk veel veranderd, ik heb er altijd met veel plezier gewoond.
In 1972 ben ik getrouwd en in Terneuzen gaan wonen, waar ook mijn werk is. Toch denk ik af en toe nog aan die goede ouwe tijd in de polder.

naar boven