logonaam

Een vrolijke schaapherder

Jeugd herinneringen aan onze buurman Ko de Schaper (zijn echte naam was Ko Volckaert). volckaertMarkante verschijning: grote zwarte snor en pretoogjes van onder zijn hoed die hij bijna altijd op had.
Elke ochtend vertrok hij met zijn schaapskudde(die ‘s nachts in die grote zwarte schuur verbleef) naar het op 100 meter gelegen Schorrengebied de Braakman.
Daar konden de schapen dan de hele dag grazen. Soms mochten er ook wel eens oudere buurkinders mee om lamsoor en aantjes te halen.

De buren hielpen elkaar veel, bv. met hooien en de schaapsstal uitmesten.

Hij kwam ook nogal eens op verjaardagen bij ons en dan was hij een echte gangmaker. Het begon meestal met het zingen van:

Wie zijn hoed is dit
wie zijn hoed is dat,
wie zijn hoed zou dat toch zijn
ik stond er naar te kijken en riep die is van mij!

Heel aanschouwelijk gebracht door zijn eigen hoed ervoor te gebruiken.

Hij deed ook spelletjes met ons, zoals schaduwfiguren  op de muur maken met zijn handen: hondhondenkoppen, konijnenkoppen en nog wel meer, wij moesten dan raden wat het was.
Na een paar glaasjes begon hij dan van die Vlaamse volksliedjes te zingen, hele ballades soms en wij genoten dan.

Regelmatig kwamen er ook een paar kleindochters logeren uit Eede en Sas van Gent. Omdat ze ongeveer de leeftijd van ons waren, kwamen ze dan met ons spelen. Dat vonden wij wel leuk, we mochten dan overal spelen, in de schuur en op het terrein ervoor.
Marie van de Schaper (hun Oma) maakte dan wel eens van die lekkere grote strooplollies en daar profiteerden wij dan ook van mee.

Het laatste wat ik mij nog herinner van Ko de Schaper, was toen mijn op één na jongste broer pas geboren was en hij kwam kijken.
Hij zei toen tegen mijn vader: ’’Kees, je maok ze opmao scho’oner’’.

naar boven