logonaam

De koe van Jan van Eintje

Dat zijn er 5, en daar loopt 6 maar waar is nummer 7 gebleven?
Jan tuurt over de dijk naast zijn erf. Hij mist er één. Kan dat beest nou zijn??
Hier gekeken. Daar gekeken. Maar geen nummer 7.

janvaneintjeHij loopt langs de dijk richting Vergaertpolderweg. Misschien is één van die beesten daar over het hek of over de draad gegaan. Niks te zien.
Dan maar terug en nog eens goed kijken langs de dijk of er misschien iets aan het hek te zien is. Ja zeg, je zou zeggen dat er hier één over de draad gegaan is. Maar als dat zo is dan is dat beest niet naar de Vergaert gelopen maar eender richting Kanaalpolder. Moet niet gekker worden.

Jan laat er geen gras over groeien en klampt zijn buurman aan. “Zeg buurman noe is t’r toch één van m’n renders weggeloop’n…is die bie joe terechtte gekomm’n??” Buurman gaf aan niets gezien te hebben. “Nee ô da weet ik niks van, da sou ik ommerst huzien enne? “
“Dan weet ik ut oek nie” zei Jan. Maar ’t zat hem toch niet lekker. Hij bleef daar over denken. Nog eens gekeken of zijn verloren koe toch niet bij de buurman in de wei liep, maar nee hoor daar was het wederspannig beest ook al niet.

Het is een dag later. Jan had ’s nachts liggen woelen. Beest kan nooit ver weg zijn. Bestaat niet. “Attut verrekt oek, ik gaan kiekn”. Daar ging Jan. Even de draad over bij de buurman. En terwijl hij naar het woonhuis liep wierp hij een blik in de stal van de buurman. En jawel hoor. Daar staat het verloren gewaande dier. Onschuldig kijkt het beest Jan aan. Het stomme dier kon er ook niets aan doen.
Jan trekt de deur van de stal dicht. Niet te hard want de kans bestond dat het hele zooitje in elkaar zou zakken. Dat moest nu net precies even niet.

Met ingehouden boosheid wandelt Jan naar de achterdeur van de buurman. Hij trof het. Buurman zat in de keuken of zoals dat hier heet de “de keete”. Tijd voor thee en andere beleefdheden had Jan niet. Althans hij deed er de tijd niet voor af. Geen tijd. Eerst iets rechtzetten. Overigens werd die thee hem ook niet aangeboden. Want buurman was niet zo vrijgevig met thee en zo….

Met de deur valt hij in huis: “Zeg buurman nog eens over die koe van me”. “Ja buurman Jan wat is daa mee?” Jan zei: “Die koe van mien die sta bie joe in schuure”. Maar dat was natuurlijk geen waar. Buurman protesteerde heftig. Zoiets zou hij nooit doen. Nee dat was niet zo. Jan vroeg hem natuurlijk waarom dan die ene koe binnen stond en het andere vee buiten liep.

Een koe voor de verkoop. Dat was het en daarom stond hij binnen. In werkelijkheid was er al een veekoper gebeld en die zou het arme dier komen halen. Jan vroeg kalm of dat buurman dan even de schets van het dier kon pakken. Voor de duidelijkheid, van elk dier bestaat een schets waarop alle bijzonderheden vermeld staan waaronder afstamming etc.
O, maar dat wilde buurman wel doen. Na wat gerommel in de voorkamer kwam hij terug met de schetsen van zijn veestapel. Welgeteld 6 stuks. “Da’s noe sterk zeg” zei buurman, “van die koe enk geen schets, die kank temensen nie finn”. “ Nee, zei Jan , die ha jie oek nie finn wan die en ik”.

Ondertussen had Jan de achterdeur al open gedaan en was naar de stal gelopen.
Buurman wilde zich nog redden door te zeggen: “Ajjie dan dinkt atter eene van joe is dan moejje d’r maar ene pakk’n”. Daar deed Jan niet zo moeilijk over. Want in de stal stond zijn koe. Zijn eigen koe. En die maakte hij los. Daar zou hij zo dadelijk de weg  mee over gaan. Zeker weten. En buurman? Die stond beteuterd te kijken. Weet je wat die zei? “Wel weerlem noe pak je d’n besten nog oek”…. Ja en daar had buurman op zijn beurt weer gelijk in. Want die van hem waren mager. Erg mager. Voor de bijbelvasten onder ons, de veestapel van buurman had wel iets weg van de magere koeien uit de droom van Farao in de geschiedenis van Jozef.
Maar Jan nam zijn beestje mee. Zonder nog iets te zeggen nam hij hem mee.

Jaren later. Buurman zit in een verpleeghuis. En Jan zoekt hem op. Buurman is inmiddels zeer oud. Jan komt er binnen en buurman vraagt: “Mamama je be toch niet kwaad ee buurman??”

“Wenee” zei Jan, “da bemme toch al lank verheetn…….”

koe_jan

naar boven