logonaam

De polder,
de belevenissen van Cericus Aeruginosus deel 4

kiekendief

Deze hoek van de polder ‘teems with fowl’ als een Engels gezegde luidt,
Je vindt patrijs en lijster, kraai en kauw en een reiger wit en grijs aan de sloot,
een specht, groen en bont en klein en groot,
waterhoen en eend en een vlaamse gaai met krijsende snuit.

Wat te denken van de scholekster, zijn nest verborgen in de buxus,
Of de winterkoning, de kool de pimpel en de langstaart mees, en heel wat mans,
Een bonte vliegenvanger broedend in een krans,
Gewoon voor kerst bevestigd aan de voordeur dus.


Zo was er laatst getik aan ’t raam en Sinterklaas allang naar huis,
Een merel en fazant die pikten regelmatig tegen ’t glas,
Ze wisten zeker dat het een concurrent was,
De bewoners schrokken van het leven en dachten; dit is niet pluis.

Duivenborst  heb ik graag op het menu vooral dat jonge grut dat is zo mals,
Maar de ekster zit altijd op wacht bij uitval van het nest,
Het wordt op deze manier voor mij verpest,
Dat zwart-witte kreng van een beest speelt altijd vals.

O ja, buizerd onze vriend pakt soms een grote duif en aub vertel ’t niet rond,
Hij zit dan uitermate onbehouwen,
Op dat beest te kauwen.
En trekt de pluimen uit z’n kont.

Vleermuis, patrijs, zwaluw, vink en de steenuil horen ook bij de inventaris,
Soms komt er ook een sperwer, ransuil en een ijsvogel voorbij,
Dat ligt ook al aan het jaargetij,
En in die coniferen, ik weet bijna zeker ’t is een tjiftjaf gewis.

Soms komt er iemand die spreekt over onder water zetten van de polder,
Je moet er niet aan denken dat al die natuur zo mooi en ook frivool,
Wordt ingeruild voor een Brussels open riool,
Wat is dat nou voor kolder.

bonte_vlieg

 

naar boven