logonaam

De polder,
de belevenissen van Cericus Aeruginosus deel 3

kiekendiefLangeweg 12, daar zie ik toch een prachtig gekleurd gebroed,
Daar zou ik wel eens naar willen duiken,
Naar zo,n mooi geel- rood kuiken,
Maar ‘k zal je zeggen; ‘k durf niet goed.

Ik houd totaal niet van een staart gevuld met lood,
Het schijnt verschrikkelijk ongezond,
Met dat zware spul in je……achterwerk,
En je gaat er snel aan dood.

De ouderen onder ons zullen Janna van G11a nog wel weten,
Ze was erg mobiel en reed vaak op de fiets naar Hoek,
Met gesteven beuk, witte muts en doek,
Keurig in dracht, we zullen haar niet vergeten.janna_g11a

Boven op de vlaggenmast aan de Bontepolderdijk zit de buizerd vaak,
Een andere stootvogel uit mijn groep maar; hij vreet ook aas,
Dat vind ik vies, het stinkt nog meer dan oude kaas,
Zijn adem meurt en ‘k zorg altijd dat ik uit zijn buurt geraak.

Hij broed ook hoog, boven in een boom, vliegt een paar slagen en glijdt dan in lijn,
Omgeven door een kraai als metgezel en concurrent,
En bij zijn nest miauwt hij als een kat; de krent,
Hij voelt zich hoog verheven ja, en vindt dat fijn.

Dan voel ik meer voor die ander die er ook mag wezen,
Zit ’s nachts vaak op de airco bij G 18 en is een vliegend fenomeen,
Zo als hij bid zo is er anders geen,
De torenvalk met staart gespreid en vleugels op een punt bedoel ik dus bij dezen.

 

 

naar boven