logonaam

De polder,
de belevenissen van Cericus Aeruginosus deel 1

kiekendiefCericus aeruginosus is de naam die ik draag,
In t’Hollands klinkt het minder lief,
Namelijk gewoon kiekendief,
Maar, in de van Wuijckhuise woon ik desondanks  graag.

Mijn nest ligt verscholen in het riet,
Als ik opstijg draai ik eerst wat rond, dus,
Wordt ik genoemd Circus,
En kijk dan of er niemand op me schiet.

Een vast dagelijks patroon heb ik niet echt,
Het ligt aan het weer en open grond,
En waar ik gisteren de lekkerste muizen vond,
Tegen de oogst is dat soms moeilijk dat moet gezegd.

Ook in het nest is het tegenwoordig bij de tijd,
Voor een computer is de ruimte natuurlijk te gering,
Maar met zo’n smart-fone ding,
Ligt de wereld aan mijn voeten uitgespreid.

Ik surfte eens rond op een regenachtige dag,
(Het riet en Ko zijn schaapjes waren druipend nat),
En bekeek van alles en nog wat,
En U raadt het al wat ik ook zag.

De van Wuijckhuisepolder kwam op het scherm en ik dacht,
Waar zou dat nu weer over gaan,
Het bleek het 100 jarig bestaan,
Daar hoor ik ook bij met al mijn mooie bruin en grijze verenpracht.

Nu begrijp ik al dat gedoe en geloop en zo,
Vandaar die drukte bij Marie-José, Leona,  Miep en Jo en bij Vantricht,
Ik zie nu ineens het licht,
Ook dat gefotografeer in de polder door Otto.

Vandaag eerst noord naar de wei van Herman,
Vaak ligt er een half verteerde koeienvla,
Het is daarom dat ik voor ontbijt hier heenga,
Weet dat ik daar altijd iets vinden kan.

Dan scheer ik laag en met een boog,
Langs Jo haar huis, ja ga maar na,
Onze voorzitter noemt het altijd locatie A,
Het komt, het staat wat hoog.

Achter ziet ze over de polder tot de mosselstad,
En voor, wat zie ik daar verhip,
In de verte een containerschip,
Beatrix moest willen dat ze zo’n uitzicht had.

naar boven