logonaam

De Dijkgraaf.

De polders hadden vroeger zelf voor het onderhoud van de sloten en wegen te zorgen. Hiervoor had elke polder een eigen dijkgraaf.
Meestal een wat grotere boer of op andere plaatsen een baron of grote landeigenaar. De functie was iets lager ingeschaald dan tegenwoordig, het was meer een erebaan en natuurlijk moest je alle klachten aanhoren. Als er iets gedaan moest worden had men er vervolgens geen geld voor over dus bleef alles bij hetzelfde.

Eén voordeel; een boer met knechten kon deze in een slappe periode inzetten om sloten te maaien en te delven en de wegen wat op te maken.
duiker
Hendrik(Eine) Wolfert is jarenlang dijkgraaf geweest later opgevolgd door Maarten (Merten) van Driel.
Met het overtollige water uit zo'n polder moest je vaak door andere polders naar een afwateringskanaal of kreek.
Hier dreigde nog wel eens iets mis te gaan. Zo moest een gedeelte van het water van de Wuijckhuis over gebied van de Kanaalpolder richting Philippine kanaal.
Als je nu geen water door wilt laten neem je een baal met stro en die steek je in een duiker. Het stro zwelt op en sluit de duiker af. Zo ook in de Kanaalpolder.

Merten , een goede dijkgraaf overigens, wist daar van af en spande zich in om de sloot open te houden. Eigenhandig wilde hij het stro er nog wel eens uithalen wat bij de eigenaren van dat  land niet altijd in goede aarde viel. De oplossing heeft op zich laten wachten tot de verbetering van de weg Hoek-Philippine , zo rond de jaren zeventig van de vorige eeuw.

wateroverlastIn de polder hadden we ook een buitenlandse groot grondbezitter. Zoals dat nog al eens gaat had hij nog grond tekort en ploegde de sloot langs zijn land door de jaren heen dicht. Na verloop van tijd ontstond er wateroverlast en ging hij beklag doen bij de dijkgraaf.
Merten, die dit allemaal had zien gebeuren, stond dat niet aan en op de jaarlijkse vergadering zei hij; "Dan zijn er nog boeren die ploegen hun sloot dicht en komen vervolgens klagen over wateroverlast!"
Dit zonder namen te noemen overigens maar men mag aannemen dat de betrokkene deze toch in z’n zak kon stelen.


naar boven